Elsje Christiaens
De “Overkantvan’t IJ.
Tegenwoordig heet dat gedeelte van de stad, Amsterdam Noord en het ziet er veel chiquer uit dan in mijn jeugd. Begin jaren ’50 was ’t allemaal wat minder gelikt.
De “OverkantvanhetIJ” zoals we dat toen noemden leek, maar was, toen ook zoveel verder dan nu. De IJ tunnel was er natuurlijk nog niet. In het vroege voorjaar of nog erger in de winter was het een reis van jewelste en een koud avontuur.Om er te komen moest je eerst met een open tram, waar geen deuren in zaten en je bijna weg tochtte, van Amsterdam-West naar het Centraal Station.
En achter het CS was dan dat onbekende en geheimzinnige gebied waar je normaal gesproken niets te zoeken had. Daarna met een grote winderige pont oversteken en eenmaal aan de andere kant, in de kou wachten op een bus. De bus, die ons dan naar de Aurikelstraat zou vervoeren waar m’n moeders broer woonde met zijn gezin.
Als kind vond ik het tegelijkertijd avontuurlijk maar ook een verschrikkelijk koude tocht. In de ogen van een kind van 9 á 10 leek het wel een reis naar Siberië!
Nu is het een prachtig stadsdeel met veel nieuwbouw. Het Java eiland is bebouwd en ook het KNSM eiland. In mijn jonge jaren vertrokken vandaar nog schepen vol met emigranten naar Australië en Canada. Maar nu is het heel hip om daar een mooie flat of appartement te kopen of te huren.
Aangespoord door een artikel in de krant waarin een route stond uitgestippeld om een wandeling rondom het IJ te maken stapte ik op de tegenwoordig comfortabele tram en reisde opnieuw naar het CS. Achter het CS is het verschil met vroeger door het prachtige nieuwe busstation dat de laatste jaren is verrezen, echt ongelooflijk!
De ponten zijn kleiner dan toen. Ze vervoeren echter nog steeds mensen al dan niet met de fiets of brommer, naar de Tolhuiskant of het IJplein.Die laatste brengt je dan in een gebied waar het met mooi weer heerlijk toeven is. ’t Zal er in de winter trouwens ook wel koud zijn! Maar er is zelfs een stukje “boulevard”. Al zou dat stuk opgeknapt moeten worden om zoiets te creëren als aan de Hudson in New York aan de Brooklynkant.
Maar er staan bankjes en je kunt er uren zitten kijken naar de boten die af en aan varen, van en naar de Oranje sluizen, die je in de verte kunt zien liggen. Boten, ik denk dat het rijnaken zijn, met namen als ‘Zijpe’ ‘Matrix’ ‘Lotus’ ‘Dandy’ ‘Margaretha’ etc. Gevuld met van alles en nog wat, zand, erts en gas of olie? Maar ook zeilboten en ik zag zelfs een schoepenboot en een driemaster.
Het uitzicht op het Muziekgebouw en de Terminal van Amsterdam is indrukwekkend, maar ook de St.Nicolaaskerk en het CS zijn van hieruit te zien. Verder ben ik vandaag niet gekomen op mijn wandeling. Ik ontdekte het “Wilhelminadok” met een prachtige terras en heerlijke koffie. En even later, de bankjes lang het IJ, waar ik in gesprek raakte met een oude brandweerman.
Ik had hem aangesproken en gevraagd hoe het stukje braakliggend terrein in de verte heette,waar ik de ME zag oefenen. Hij wist ’t ook niet, maar vertelde wel dat hij daar vroeger met de brandweer ook had geoefend. Nu was hij 81 jaar en liet z’n hondje uit. Hij vertelde trots dat hij nog steeds, samen met het hondje kleine stukjes hardliep.
Na ons gesprek voegde hij de daad bij het woord en liep op een sukkeldrafje weg. Misschien holde hij wel iets langer omdat hij wist dat ik hem bewonderend nakeek.
Ach, wat zeur ik nou over barre tochten uit mijn jeugd. Bar was het aan de “OverkantvanhetIJ” in de tijd van Rembrandt, toen hier op Volewijck misdadigers werden opgehangen, zoals Elsje Christiaens op de afbeelding. Ze had haar huisbazin vermoord met een bijl. Haar openbare executie met de wurgpaal vond plaats op de Dam. Als afschrikwekkend voorbeeld opgehangen aan de “OverkantvanhetIJ” om daar door vogels en ongedierte te worden opgevreten!
Rembrandt ging hier regelmatig heen om schetsjes te maken. Zo maakte hij de ets “Zicht op Amsterdam” (1640) waar je naast ’n paar windmolens ook de Westertoren kunt onderscheiden. Hij kon toen misschien niet bevroeden dat hij in1669 juist in die kerk zou worden begraven.